1.674
6

Hoogleraar Economie

Esther-Mirjam Sent is hoogleraar Economische Theorie en Economisch Beleid aan de Radboud Universiteit Nijmegen en lid van de Eerste Kamer voor de PvdA. Hiervoor doceerde zij aan de University of Notre Dame in de Verenigde Staten en is zij visiting fellow geweest aan de London School of Economics en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Haar onderzoeksinteresses omvatten de geschiedenis en filosofie van de economische wetenschappen alsmede de economie van de wetenschap hetgeen onder andere is uitgemond in twee boeken: The Evolving Rationality of Rational Expectations: An Assessment of Thomas Sargent's Achievements (Cambridge University Press, 1998), waarvoor zij de Gunnar Myrdal-prijs ontving, en Science Bought and Sold: The New Economics of Science (University of Chicago Press, 2002, samen met Ph. Mirowski). Zij is tevens mede-redacteur van de Journal of Institutional Economics. Recentelijk zijn haar onderzoeksinteresses uitgebreid naar gedragseconomie, experimentele economie en economisch beleid. Esther-Mirjam Sent is in 1994 gepromoveerd aan Stanford University in de Verenigde Staten.

Aardige vrouwen zijn incompetent

Dat is natuurlijk niet waar, maar door diep ingesleten vooroordelen wordt het wel zo ervaren

Ik ben op mijn vingers getikt. Ik zou in mijn columns te veel naar de boefjes Sent verwijzen. Dat lijkt op het advies dat tijdens een recente lezing over vrouwen in de wetenschap werd gegeven: ‘Moet je als vrouw naar huis omdat je kind ziek is, geef dan vooral niet de reden. Moet je als man naar huis omdat je kind ziek is, geef dan vooral wel de reden.’

Dit heeft te maken met diep ingesleten vooroordelen over de taken van vrouwen en mannen. Zo spreekt men over werkende moeders, maar niet over werkende vaders. Zo kent men een excuustruus, maar geen excuusguus. Zo heeft men het over een papadag, maar niet over een mamadag.

Incompetent en aardig
En daarmee is het advies dat tijdens de lezing werd gegeven incompleet. Immers, het gaat voorbij aan het dieperliggende dilemma dat vrouwen die opereren in de mannelijke, wetenschappelijke cultuur ervaren. Vrouwen die zich aanpassen, worden als competent en onaardig beschouwd. En vrouwen die zich niet aanpassen, worden als incompetent en aardig gezien.

Nu blijken vrouwen in de alfa- en gammawetenschappen zich meer aan te passen dan vrouwen in de bèta-wetenschappen. In de eerste categorie blijft 34 procent alleenstaand, tegen 29 procent in de tweede. In de eerste categorie blijft 31,9 procent kinderloos, tegen 25,1 procent in de tweede.

Kritische massa
In de eerste categorie heeft 47,6 procent twee of meer kinderen, tegen 62,7 procent in de tweede. Een mogelijke verklaring is dat de noodzaak tot aanpassing groter is in die wetenschappen die minder baanzekerheid bieden. Met als gevolg dat er ogenschijnlijk meer competente maar tegelijkertijd minder aardige vrouwen in de alfa- en gammawetenschappen rondlopen. Er is een kritische massa nodig voor vrouwen om dit dilemma te doorbreken. Immers, vrouwen worden pas als individu gezien als een team voor 35 procent of meer uit vrouwen bestaat.

Ben ik daarmee als gammawetenschapper die naar haar kinderen verwijst dan extra incompetent? Liever doorbreek ik dit dilemma door me in te zetten voor een minder mannelijke universitaire cultuur. Zoals Loesje zo wijs schreef: ‘Kinderen zijn de toekomst, als hun moeders er ook een krijgen.’

Deze column verscheen eerder op Voxweb

Geef een reactie

Laatste reacties (6)