1.466
14

Hoogleraar Economie

Esther-Mirjam Sent is hoogleraar Economische Theorie en Economisch Beleid aan de Radboud Universiteit Nijmegen en lid van de Eerste Kamer voor de PvdA. Hiervoor doceerde zij aan de University of Notre Dame in de Verenigde Staten en is zij visiting fellow geweest aan de London School of Economics en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Haar onderzoeksinteresses omvatten de geschiedenis en filosofie van de economische wetenschappen alsmede de economie van de wetenschap hetgeen onder andere is uitgemond in twee boeken: The Evolving Rationality of Rational Expectations: An Assessment of Thomas Sargent's Achievements (Cambridge University Press, 1998), waarvoor zij de Gunnar Myrdal-prijs ontving, en Science Bought and Sold: The New Economics of Science (University of Chicago Press, 2002, samen met Ph. Mirowski). Zij is tevens mede-redacteur van de Journal of Institutional Economics. Recentelijk zijn haar onderzoeksinteresses uitgebreid naar gedragseconomie, experimentele economie en economisch beleid. Esther-Mirjam Sent is in 1994 gepromoveerd aan Stanford University in de Verenigde Staten.

Afdelingsuitje

'Met de vrouwonvriendelijke kanten van de cultuur aan de universiteit kan ik me echter niet verzoenen'

Hoewel ik na een vijftienjarig verblijf in de Verenigde Staten alweer bijna tien jaar werkzaam ben aan de Radboud Universiteit Nijmegen, is er een aantal dingen waaraan ik maar moeilijk kan wennen. Het jaarlijkse afdelingsuitje is er daar één van. En net voor de aanvang van het academische jaar moest ik er weer aan geloven.

Waar we in de Verenigde Staten afdelingsuitjes buiten werktijd organiseerden, word ik aan de Radboud geacht mijn kostbare werktijd op te offeren en dat terwijl er twee deadlines in mijn nek hijgen. Waar we in de Verenigde Staten in alle politieke correctheid eindeloos bezig waren om een gender-neutraal uitje te organiseren, werden de Radboud economen dit jaar getrakteerd op een uitdagend geklede, wulps dansende dame.

Vrouwonvriendelijke kanten
Met het opofferen van mijn werktijd heb ik mij inmiddels verzoend. Als Angelsaksisch geschoolde econoom was ik gericht op ‘harde’ korte-termijn efficiëntie. In de Rijnlandse context heb ik geleerd dat ‘softe’ factoren als Nederlandse gezelligheid de lange-termijn efficiëntie ten goede komen. Met als gevolg dat het nog een lastige klus wordt die twee deadlines te halen, maar dat ik me daar met des te meer energie en plezier voor inzet.

Met de vrouwonvriendelijke kanten van de cultuur aan de universiteit kan ik me echter niet verzoenen. Zo vind ik het onbegrijpelijk dat de universiteit een wandelclub mannelijke hoogleraren tolereert. En dat terwijl de Radboud in verhouding het grootste aantal vrouwelijke hoogleraren — te weten 20,6 procent — heeft van alle Nederlandse universiteiten.

Mannencultuur
Toch is dat percentage nog niet genoeg. Je hebt een kritische massa van 35 procent nodig om de dominantie van de mannencultuur te doorbreken. Daarbij helpt het ook niet dat de universiteit met ingang van het nieuwe academische jaar geen enkele vrouwelijke decaan kent en dat het college van bestuur uit louter mannen bestaat.

Diversiteit is een bewezen succesfactor. Als de Radboud Universiteit zich dat echt ter harte zou nemen, zou ik voortaan met veel plezier deelnemen aan het jaarlijkse afdelingsuitje.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd op Voxweb

cc-foto: Chris Blanar

Geef een reactie

Laatste reacties (14)