3.405
44

Politiek-econoom

Jasper Blom is politiek-econoom verbonden aan de Universiteit Leiden en Universiteit van Amsterdam. Zijn expertisegebieden zijn groene economie, financiele regulering, en Europese en internationale beleidsprocessen. Momenteel werkt hij aan het boek 'Econoom in het Antropoceen'. Hij heeft ruime ervaring met onderzoek, beleid en politiek, onder andere opgedaan bij de Europese Centrale Bank en het wetenschappelijk bureau van GroenLinks

‘Biefstuksocialisme versus vegasocialisme’

Dit is wat linkse solidariteit betekent

Twee weken geleden kopte de NRC dat ‘Links weer droomt van samenwerken.’ Een aantal PvdA en GroenLinks prominenten uit heden en verleden spraken mooie woorden over het belang van bundeling van de krachten. Afgelopen vrijdag organiseerden de wetenschappelijke bureaus van beide partijen in De Balie een debat over de toekomst voor links. In de bijdragen van beide partijvoorzitters Hans Spekman en Rik Grashoff bleken duidelijk de verschillen tussen de partijen, maar ook de bereidheid om rustig verder te willen praten over de overeenkomsten en verschillen. Als wetenschappelijk directeur van GroenLinks geef ik graag een schot voor de boeg voor die verdere discussie: een herdefiniëring van wat linkse solidariteit betekent.

Linkse politiek in Nederland lijkt soms verzand in discussies over tienden procenten koopkrachtwinst of –verlies. In boosheid over exorbitante salarissen of bonussen in de financiële sector. De politieke discussie over hervorming van het belastingstelsel gaat gelukkig ook over meer fundamentele vragen van ongelijkheid en rechtvaardige verdeling– mede dankzij het wetenschappelijk werk van Piketty. Maar traditioneel links richt zich in haar uitleg van solidariteit teveel op instituties en burgers in het hier en nu, en sluit zijn ogen voor de bredere uitwerking van ons huidige economisch model nu en in de toekomst.

De ‘olifant in de kamer’ is de klimaatcrisis
Die uitwerking kan kort samengevat worden: daling van natuurkwaliteit, stijging van temperatuur. De Europese biodiversiteit kachelt achteruit. Nederland was hier helaas een Europese koploper waardoor nog maar 15% van onze oorspronkelijke biodiversiteit over is. Zelfs de huismus staat inmiddels op de rode lijst van bedreigde soorten. Tegelijkertijd stijgt de wereldtemperatuur gestaag. In januari bereikten de verschillende langjarige gemiddelden wederom recordwaarden in de klimaatupdate van weblog Sargasso. Alle aandacht ging de afgelopen jaren naar de financiële crisis, maar de ‘olifant in de kamer’ is de klimaatcrisis die het fossiele economische model aan het veroorzaken is. Onder aardwetenschappers is er inmiddels discussie gaande of we moeten spreken van een nieuw tijdperk: het Antropoceen. Dit betekent een tijdperk waarin de mensheid voor het eerst eigenhandig de hele aarde verandert door intensieve landbouw, milieuvervuiling, en klimaatverandering. Deze ontwikkelingen hebben belangrijke implicaties voor het linkse begrip van solidariteit.

Ongelijke verdeling
De verdeling van de negatieve milieu-effecten van het huidige economische model is namelijk ongelijk: de armsten worden het hardst getroffen. Het zijn vooral arme landen die niet in staat zijn hun bevolking te beschermen tegen de gevolgen van  klimaatverandering. Het was een gezin uit Tuvalu (inkomen per hoofd van de bevolking in 2013: $ 5840) dat een verblijfsvergunning in Nieuw Zeeland kreeg als eerste erkende klimaatvluchtelingen. Ook binnen welvarende landen zijn het vooral de lage inkomens die het meest te leiden hebben onder milieuverontreiniging. De huizen langs snelwegen zijn meestal geen villa’s. Het milieu is mede een kwestie van inkomensongelijkheid – hoewel we er vaak niet in die termen over denken.

Daarnaast heeft de fossiele wegwerpeconomie een ongelijke impact op verschillende generaties. Fossiele brandstoffen en grondstoffen die we nu op niet-duurzame wijze verbruiken zijn niet meer beschikbaar voor toekomstige generaties. In sommige gevallen krijgen deze generaties er een sterkere economie voor terug, maar dat is niet vanzelfsprekend. Zeker is dat de aanslag van onze huidige economie op de natuur een schaduw vooruit werpt. Onze kinderen en kleinkinderen zullen bijvoorbeeld nooit kunnen genieten van de schoonheid van een wilde Sumatraanse tijger als er niet heel hard gewerkt wordt aan de bescherming van de laatste exemplaren tegen de ontbossing van hun leefgebied.

Fossiele wegwerpeconomie op de schop
Daadwerkelijke solidariteit met huidige en toekomstige generaties vereist dus dat de fossiele wegwerpeconomie op de schop gaat. Dat is de uitdaging die links aan moet gaan, en snel ook. De komende 10 à 15 jaar zijn cruciaal als we de negatieve gevolgen van klimaatverandering willen beperken, het geeft dus geen pas rustig te wachten op herstel van de economie. De titel van de Nederlandse vertaling van Naomi Kleins recente bestseller is niet voor niets: ‘No Time, verander nu voordat het klimaat alles verandert’.

Er bestaan grote verschillen tussen de linkse partijen in de mate waarin ze fundamentele keuzes durven te maken om milieuproblemen aan te pakken. Rens van Tilburg benoemde dit vrijdag in de Balie als ‘biefstuksocialisme versus vegasocialisme’: is materiële welvaart in het hier en nu het enige doel of gaat het ook om kwaliteit en solidariteit met toekomstige generaties. De ambitie van de Nederlandse regering voor de klimaattop aankomende december in Parijs zal wat dat betreft een interessante lakmoesproef zijn. Meer in het algemeen drukt het Antropoceen ons met de neus op de feiten: solidariteit moet gaan om mens en milieu, nu en in de toekomst. Pas als linkse partijen hier consequenties aan verbinden in hun politiek handelen zit er muziek in linkse samenwerking en – belangrijker nog – is er het perspectief op een hernieuwde opleving van solidariteit.

Het debat ‘Toekomst voor Links’ in de Balie is hier terug te zien:

Geef een reactie

Laatste reacties (44)