6.737
152

Socioloog en Publicist

Dick Pels (1948) is socioloog, politiek publicist en singer-songwriter. Tot 2013 was hij directeur van Bureau de Helling, het wetenschappelijk bureau van GroenLinks. Daarvoor was hij o.a. hoogleraar sociologie aan de Brunel University in Londen en voorzitter van de linksliberale denktank Waterland. Zijn meest recente boeken zijn Het volk bestaat niet (2011), Vrijzinnig paternalisme (2011, red. met Anna van Dijk) en A Heart for Europe. The Case for Europatriotism (2016, gratis te downloaden via de link hierna). Onlangs bracht hij ook de cd Crosspath uit. Zie verder www.dickpels.nl en www.dickpelsmusic.nl

De hoofdman der hufters

Rutte beloofde de samenleving terug te veroveren op de hufters. Raad eens wat er gebeurde?

Bij zijn aantreden kondigde Mark Rutte stoer aan dat zijn regering de samenleving zou gaan ‘terugveroveren op de hufters’. Maar de hoofdman der hufters zit (bijna, via de bekende gedoogconstructie) in zijn eigen regering, en Rutte gedoogt keer op keer het verbale geweld dat de PVV over Nederland uitstort.

Totdat het hem tijdens de Algemene Beschouwingen even teveel werd. De premier dacht te kunnen scoren door afstand te nemen van de PVV´er Van Roon, die de Turkse premier Erdogan een ‘islamitische aap’ had genoemd. Wilders boos: ‘Mijn collega gebruikte alleen beeldspraak: daar komt de aap uit de mouw. Doe es normaal, man, lezen voordat u wat zegt’.   

Van Roons sluwe, want indirecte belediging stamt onmiskenbaar uit de koker van Martin Bosma, de ghostwriter die tijdens het Kamerdebat zijn buurman glunderend aanstootte als zijn baas weer een door hem bedachte schoffering te berde bracht. Wilders had de brutaliteit om Pechtold de schuld te geven van de associatie ‘aap’-‘Erdogan’ en noemde Rutte vervolgens abnormaal omdat hij de Handelingen niet goed zou hebben gelezen. Een doorzichtige poging om de ene grofheid met de andere uit te wissen.  

De Amsterdamse politicoloog Meindert Fennema vond dat Wilders ‘natuurlijk gelijk’ had in zijn uitleg van Van Roons ‘beeldspraak zonder bijbedoeling’. Rutte provoceerde volgens hem door Pechtolds variant over te nemen en daarna neerbuigend ‘ach’ te roepen toen Wilders  ging uitleggen waarom die verkeerd was. Dat was sarren, en Wilders verloor zijn zelfbeheersing. Ook verder gaf Fennema Wilders in vrijwel al zijn interventies gelijk, inclusief in zijn herhaalde pesterijen van Cohen (de Volkskrant 27.9.11). 

Ook in zijn boek ‘Geert Wilders. Tovenaarsleerling’ verplaatst Fennema zich zo gretig in de denkwereld van zijn subject dat begrijpen overgaat in vergoelijken. Zijn cynische vaststelling dat alle politiek nu eenmaal gepaard gaat met haatzaaien (Wilders doet dus normaal) betekent dat diens haatpraat wordt goedgepraat in plaats van bestreden als teken van een gebrek aan beschaving. Waarom flirt Fennema met een populistische hufter voor wie de vrijheid van meningsuiting gelijkstaat aan het plegen van verbaal geweld? Die na zijn proces openlijk toegaf opzettelijk grof en beledigend over moslims te hebben gesproken? 

We zijn getuige van een verhuftering van de politieke democratie. Daarin hoeft niet meer te worden geargumenteerd, maar speelt men alleen voor de bühne: shock and awe, hit and run. Wilders c.s. zijn niet geïnteresseerd in hun tegenstanders, want zij hebben het volk en dus de waarheid aan hun zijde. Tegenstanders zijn er om voor het oog van de wereld (de camera) te worden vernederd. Democratie is in hun visie niets anders dan brute meerderheidsmacht; minderheden zijn onbelangrijk. We zien in Hongarije waar dat toe leidt: een nationalistische Grondwet, een gemuilkorfde pers en staatsdiscriminatie van de Roma. 

Een hoofdkenmerk van hufters is dat zij in alles een dubbele moraal hanteren. Wilders mag ‘voluit op het orgel gaan’, maar zodra hij zelf kritisch wordt aangesproken, poseert hij als verschoppeling en klaagt hij kleinzielig over demonisering. Zijn verdediging van homo- en andere vrijheidsrechten is selectief en opportunistisch. Anders dan Hans en Ton uit Utrecht/Leidsche Rijn of Frans en Lars uit Den Haag (die meteen door Wilders werden bezocht met PowNews in zijn spoor), kunnen Frans en John uit Limbricht (aan welke Limburgers moet Limburg nu eigenlijk worden teruggegeven?) niet op veel belangstelling van de PVV rekenen. ‘Hadden ze zich maar moeten laten wegpesten door Marokkaanse of Turkse ellendelingen, in plaats van door Nederlandse’, sneert Wilma de Rek terecht (de Volkskrant 1.10.11). 

Zo voert de PVV de politieke hypocrisie tot grote hoogten. De moraal wordt volkomen ondergeschikt gemaakt aan het ideaal: de strijd tegen de massa-immigratie, de islamisering van Nederland en de linkse kerk die dit allemaal zou toelaten en toejuichen. In de strijd tegen hoofddoekjes en boerka’s is de moslimvijandigheid veel belangrijker dan de bevrijding van vrouwen en meisjes. In het voorstel voor een ‘kopvoddentaks’ werden moslima’s letterlijk aangeduid als vuil waarvan onze straten moesten worden schoongeveegd. Marokkaans straattuig moet desnoods in de knieën worden geschoten, maar over de Hollandse hooligans die het strand van Hoek van Holland onveilig maakten horen we niets. Nederlands tuig is blijkbaar nog altijd Nederlands, terwijl buitenlands tuig twee keer fout is. Een fors aantal van zijn eigen parlementariërs is inmiddels in opspraak geraakt vanwege grensoverschrijdend en zelfs crimineel gedrag. Maar Wilders houdt ze de hand boven het hoofd, met behulp van de meest vergaande fractiediscipline die ooit in het Nederlandse parlement is vertoond. Hoezo nieuwe politiek? 

Met twee maten meten betekent dat je zelf de maat van het goede bent en geen boodschap hebt aan een ander. Je bent God, dus kun je je alles veroorloven, ook datgene wat je anderen verbiedt. Vrijheid van meningsuiting is een ‘kernwaarde van onze cultuur’, maar zij geldt niet voor moslims, niet voor links en niet voor critici van Wilders. Hetzelfde wat betreft de democratie: moslims kunnen als potentiële terroristen nooit deelnemen aan onze democratie; de linkse elite en alle critici van Wilders zijn ondemocratisch omdat ze niet luisteren naar de stem van het volk. De zelfverklaarde democraat Wilders leidt zijn fractie en partij als een kleine dictator. Grote dictators als Mubarak, Gaddafi en Assad wil hij liever behouden dan wegjagen, want de zogenaamde ‘Arabische lente’ leidt alleen maar tot de machtsovername van enge Moslimbroederschappen.   

Terwijl Wilders alle moslims verantwoordelijk houdt voor de terreur van enkele fanaten die zich beroepen op de koran en de profeet, weigert hij na te denken over zijn indirecte verantwoordelijkheid voor de daden van een blanke Noorse terrorist die zijn gedachtegoed citeert. Moslims mogen niet zeggen dat Mohammed Bouyeri een verdwaalde idioot was die niets met de islam te maken heeft, maar zelf is hij er als de kippen bij om Breivik een verdwaalde idioot te noemen die niets te maken heeft met het anti-linkse en anti-islamitische  gedachtegoed van de PVV. Wilders had niet de moed om te reageren zoals de Noorse Vooruitgangspartij, die na Utøya zijn debattoon matigde. Nette conservatieven als Bart Jan Spruyt en Theodore Dalrymple (die eveneens door Breivik werd aangehaald) waren wél zo sjiek om niet meteen weg te lopen voor de vraag naar de eigen verantwoordelijkheid. 

De oude provo Roel van Duijn heeft gelijk: ‘Met Wilders is het klootjesvolk aan de macht gekomen’. Het moderne populisme is de opstand der hufters, en Wilders is hun hoofdman. Altijd agressief, altijd verontwaardigd, altijd verongelijkt, altijd maar jennen, zuigen, trekken, blaffen, pesten en intimideren. Altijd alles uitvergroten, schreeuwen op de hoogst mogelijke toon. Wilders is daarmee de perfecte uitvoerder van het ‘Huftermanifest’ van GeenStijl, dat verbaal extremisme aanprijst als een uiting van dappere tegendraadsheid en fatsoen ‘de kanker van de samenleving’  noemt. 

In het laatste SCP-onderzoek naar burgerperspectieven prijkt ‘de manier waarop we samenleven, normen en waarden’ opnieuw boven aan de ranglijst van maatschappelijke zorgen. Bijna één op de vijf Nederlanders zegt bezorgd te zijn over de verharding van de omgangsvormen, de ik-cultuur en het gebrek aan fatsoen. Onderwijs en zorg komen op de tweede, criminaliteit en veiligheid op de derde, en immigratie en integratie pas op de zesde plaats. Dat geeft progressieven een heldere beschavingsopdracht. Het is aan ons om de hoffelijkheid in ere te herstellen en de hufterigheid, de echte kanker van de samenleving, te bestrijden waar die zich voordoet. 

Geef een reactie

Laatste reacties (152)