6.426
78

Nederlander en Moslim

Nourdeen Wildeman is een Nederlander van christelijke komaf die op 24 jarige leeftijd moslim is geworden. Hierdoor staat hij in het maatschappelijke debat zowel in de schoenen van de autochtone Nederlander als in de schoenen van de praktiserende moslim. Naast het schrijven van columns en artikelen is hij als vrijwilliger betrokken bij de organisatie van diverse islamitische en maatschappelijke evenementen en websites. Hij is ook voorzitter van Stichting as-Salaamah wal'Adaalah welke zich inzet voor de Rohingya-bevolking in/om Myanmar.

Discriminatie van moslims in Nederland

Moslims worden in Nederland wel degelijk gediscrimineerd

Op dinsdag 24 april bracht Amnesty International het rapport ‘Choice and Prejudice: Discrimination against Muslims in Europe’. Nu zijn we van Amnesty wel wat gewend waar het gaat om kritische rapporten: mensenrechten in Iran, mensenrechten in Bahrein, mensenrechten in China, mensenrechten in Congo. Maar dit keer lees ik dat het gaat over België, Frankrijk, Nederland, Spanje en Zwitserland. Het gaat over ons. Poeh poeh, moet dat nou, al die aandacht? Het zal toch wel meevallen met de discriminatie van moslims hier in Nederland? Het is een vrij land en iedereen krijgt wel eens kritiek. Laat die moslims nou eens stoppen met de slachtofferrol; als je eerst zelf investeert in een goede opleiding en je hebt echt wat te bieden kom je heus wel aan de bak hoor! Niet zeuren maar poetsen. Dat is mijn mening!

Tenminste, dat wás heel lang mijn mening, tot iets meer dan 4 jaar geleden. Maar als ik vandaag de dag over discriminatie van moslims spreek moet ik helaas een ander standpunt innemen. Ik heb een hoop naïviteit verloren op dit punt. Niet zozeer omdat de wereld is veranderd, maar wel mijn plek in de wereld. Ik heb de discriminatie van moslims pas écht ervaren sinds de dag dat ik zelf moslim werd.

Als ik zo lees wat de conclusies zijn van dit onderzoek dan ben ik geheel niet verbaasd. Ik verbaas me er wel over dat het nog wordt ervaren als ‘nieuws’. De realiteit is dat de discriminatie van moslims onderdeel is van de algemene gang en wandel in Nederland. Je merkt dit als moslim op de vreemdste manieren. Zo heb ik – als volbloed Hollander – al meermaals hetzelfde vriendelijk bedoelde compliment gekregen: ‘me-neer, was is uw ne-der-lands goed!’. Als de vraag wordt gesteld waar ik vandaan kom, antwoord ik dat ik ‘gewoon een Nederlander’ ben. Niet zelden volgt een antwoord met de strekking: “wat goed dat je dat zo voelt, jullie horen er ook gewoon bij hoor”. Jullie?

Minder leuk is solliciteren onder mijn Islamitische naam. Na een erg goed gesprek te horen krijgen dat ze liever iemand hebben die ‘beter in het team past’. Of reageren op een vacature die me op het lijf geschreven is – wat blijkt uit mijn curriculum vitae – maar te horen krijgen dat ‘de vacature vervult is’ (en hem nog weken online zien staan). Uiteindelijk een geweldige werkgever gevonden, maar wel met veel meer moeite dan enkele jaren geleden. Ik ken beide situaties en er is een wezenlijk verschil.

Erger is om te horen dat de voorzitter van een moskee geen aangifte meer wil doen van de steen die wekelijks door de ruit gaat omdat hij vreest dat media aandacht voor meer problemen zal zorgen. Of dat buurtbewoners beweren tegen de bouw van een moskee te zijn in verband met parkeerproblemen, maar ondertussen afgehakte varkenskoppen op het bouwterrein leggen. Uitgemaakt worden voor landverrader of NSB’er omdat je als Hollander voor de Islam hebt gekozen. Meisjes die moslima worden en het huis uit worden gezet omdat ze kiezen voor het dragen van de hoofddoek. Dat van ieder vriendelijk woord dat je over je religie spreekt wordt beweerd dat je liegt. Een bijeenkomst organiseren om mensen aan te sporen maatschappelijk betrokken te zijn, om vervolgens te lezen dat er vast een verborgen agenda achter schuilgaat. Een Nederlands- of Engelstalige lezing organiseren, dit publiekelijk aankondigen, de deur voor iedereen openen en de lezing achteraf integraal op YouTube plaatsen om daarna het verwijt te krijgen dat je niet transparant genoeg bent.

Als ik lees dat mensen zich eraan storen dat hoofddoekjes of mannen met baarden het straatbeeld negatief beïnvloeden zakt de moed mij in de schoenen. Ik wil niemand tot last zijn, maar als de visuele waarneming van mijn bestaan en de mensen om mij heen al wordt ervaren als iets negatiefs wordt dat wel heel lastig.

Wat ons wellicht het meest in de weg staat om tot een normale positie van niet-moslims ten opzichte van moslims te komen is de manier waarop we iedere vorm van verbale discriminatie vergoelijken. Wanneer een moslim zegt dat hij een voorstander is van een Islamitische staat, dan is dat vrijwel direct een gevaarlijke en radicale uitspraak. Wanneer een moslim zegt dat hij een tegenstander is van de zionistische lobby, dan is dat vrijwel direct een antisemitische uitspraak. Wanneer een moslim zegt dat de hoofddoek een verplichting is in Islam, dan is dat direct een veel te orthodox standpunt en vrouwen onderdrukkend. Maar wanneer door mensen die claimen (een deel van) ons volk te vertegenwoordigen, door diverse media en opiniemakers een moskee wordt omschreven als een ‘haatpaleis’, een imam met een uitgesproken mening als een ‘haatbaard’, een hoofddoek als een ‘kopvod’ , het boek dat een bron van inspiratie is voor een miljard moslims wereldwijd als ‘fascistisch’, de gehele religie als een ‘achterlijke cultuur’, onze geliefde Profeet – vrede zij met hem – als een ‘pedofiel’ of een ‘tiran’, dan noemen we dat: vrijheid van meningsuiting.

We zijn er als land trots op dat zulke dingen over moslims gezegd kunnen worden, maar ondertussen legitimeren we hiermee denigrerende, feitelijk onjuiste en stigmatiserende uitspraken. Andersom accepteren we de vrijheid van meningsuiting van moslims niet; bij ‘rare ideeën’ over Islam of sharia moet je het land uit, of indien mogelijk het land niet in kunnen komen. De komst van Haitham al-Haddad werd enkele weken geleden onder andere bekritiseerd omdat hij stelt dat het woord ‘Islam’ niet ‘vrede’ betekent. Dat is een taalkundig feit dat iedereen met kennis van zaken kan onderbouwen, maar nu een moslim het zegt is het ‘omstreden’ en ‘radicaal’.

Ik ben liever trots op een land waarvan volgens Amnesty ook moslims in vrijheid hun religie kunnen praktiseren, net als alle anderen. Waar we trots zijn op respectvol en verstandig taalgebruik. Waar we elkaar oproepen om goede dingen te doen in plaats van elkaar beletten. Waar het vertrekpunt respect en vertrouwen is, minstens geloven in elkaars beste intenties. Alleen dán kunnen we gezamenlijk naar een niveau komen waar terechte en oprechte kritiek – want natuurlijk zijn moslims net als alle anderen zeker niet perfect – ook leiden tot introspectie en constructieve verbetering. Ik wil niemand tot last zijn maar ook geen last ervaren om mijn religie volledig te kunnen praktiseren.

Ik vermoed dat het rapport van Amnesty weinig verschil zal maken, simpelweg omdat we niet schrikken van de conclusies. Zo lang we in Nederland berusten in ons beeld van moslims, ons vooringenomen wantrouwen en de manier waarop we dat onder woorden brengen zal de sense of urgency om te veranderen afwezig blijven. “En sowieso, als die moslims het hier niet leuk vinden – zoals Amnesty beweert – dan gaan ze toch gewoon lekker terug naar waar ze vandaan komen?”. Zucht…

Geef een reactie

Laatste reacties (78)