Laatste update 09:36
23.604
172

Universitair onderzoeker

Dr. Karim Bettache is gepromoveerd in de cross-culturele psychologie en werkt als universitair onderzoeker.
Hij houdt zich voornamelijk bezig met zaken als moraliteit en racisme.
Zijn doel: een inclusieve samenleving.

Islamisering: de ‘Verjudung’ van de 21ste eeuw

Onze voorvaderen gaven ons een opdracht in de hoop dat wij elke vorm van haat, elke vorm van fascisme, met hart en ziel bestrijden

Al jaren bekruipt mij een angst, een diepe angst. Een soort angst dat ik niet eerder heb gevoeld. Het is een angst, niet voor mezelf, maar voor mijn land. Voor mijn broeders en zusters in Nederland: wit, zwart, moslim, of Joods. Iedereen. Ik voel een angst die het individualistische van deze tijd ontstijgt. Een collectieve vorm van angst omdat ik mijn land, dat ik al jaren niet herken, liefheb. Maar ook omdat ik de mensen in dit land liefheb, mensen die mij ooit trots deden voelen Nederlander te zijn.

Ik ga u vertellen waarom ik zo bang ben.

Ieder jaar op 4 mei herdenken we in Nederland de Tweede Wereldoorlog. We herdenken dan de soldaten, zoals mijn beide grootvaders, die hebben gevochten tegen de verachtelijke wereld van de nazi’s die zich in de vorige eeuw aan ons opdrong. Maar we herdenken vooral ook zij die het mikpunt waren van deze verwerpelijke ideologie: homoseksuelen, Roma, lichamelijk en verstandelijk gehandicapten, mensen die een politiek-linkse ideologie aanhingen, en, uiteraard, de grootste zondebok van destijds: onze Joodse broeders en zusters. Ieder jaar weer, staan we daar, op de Dam, met het hoofd naar beneden en de ogen gesloten. Terugdenkend aan de absolute hel dat het nazisme heette. Ieder jaar weer zeggen we “dit nooit weer”.

Maar de herdenking in Nederland is gereduceerd tot enkel een ceremoniële bezigheid. Iets wat “moet” op 4 mei, maar dat we comfortabel vergeten wanneer we feest vieren de volgende dag. We naderen de tijd dat zij, die de hel van de Jodenvervolging hebben meegemaakt, niet meer leven. En het lijkt er steeds meer op dat de mensen van mijn generatie, en zij die na mij zijn gekomen, zich totaal niet realiseren dat de sociale ontwikkelingen van deze tijd gevaarlijk veel beginnen te lijken op dat wat wij ieder jaar trachten te herdenken.

11133556913_e51b682981_k
cc-foto: Edward Musiak

Verjudung
Christliche Werte sind das Heilmittel gegen die Verjudung der Kultur und Gesellschaft”, aldus de Oostenrijkse politicus Ludwig Psenner aan het eind van de 19de eeuw. Volgens hem waren het onze christelijke normen en waarden die de verjudung (Jodificatie of verjoding) van de superieure Europees-christelijke cultuur konden tegengaan. De term verjudung, die mij de rillingen over mijn rug doen lopen, was een term die in die tijd, en tot ver in de twintigste eeuw, heel normaal was. In vrijwel alle West-Europese landen, van Frankrijk tot Denemarken, sprak men met regelmaat over het gevaar dat de verjoding heette: in de krant, op straat, tijdens hoorcolleges, en in de politiek. Maar het was vooral in Duitsland waar de angst voor een culturele verjudung resulteerde in een collectieve afkeer en haat jegens Joden.

De verjudung van Duitsland had zowel een getalsmatige als spirituele component. Getalsmatig omdat het de angst en de afkeer van het groeiend aantal Joden en synagogen in Duitsland weerspiegelde. Maar ook spiritueel, omdat men bang was dat de verjudung van Duitsland resulteerde in een besmetting van de Duits-christelijke cultuur. De Israëlische professor Alon Confino onderzocht hoe de Nazi’s, gedurende het (opkomend) fascisme, de Duitse bevolking zo ver konden krijgen dat ze een Jodenvrij Duitsland wensten. Het antwoord daarop kan volgens hem gevonden worden in de spirituele component van de verjudung. Door de Duitse bevolking herhaaldelijk en systematisch te wijzen op de, zogenaamde, verrotting van de Duitse cultuur onder de invloed van het Jodendom, evenals een complot van Joden om Europa te Jodificeren, werd er een collectieve angst en afkeer van Joden gecreëerd, zeg maar een “Jodenfobie”.

Hij benadrukt, vervolgens, dat mensen niet per se christelijk hoefden te zijn om bang te zijn voor een dergelijke besmetting van de Duits-christelijke cultuur. Ook de nazi’s zelf waren een heterogene groep waarin veel antireligieuze geluiden te horen waren. Desalniettemin, bleek de focus op het religieuze, het spirituele, een succesvolle tactiek. Het systematisch neerzetten van Joden als moordenaars van Jezus Christus, die vervolgens ook nog de Duitse cultuur en christelijke tradities probeerden te vernietigen, zorgde ervoor dat een aanzienlijk groot deel van de Duitse bevolking, religieus en niet-religieus, vatbaar werd voor een intense afkeer van Joden in het algemeen.

Taboe
Als zodanig, ben ik van mening dat wij het hedendaagse taboe moeten doorbreken dat zegt dat wij de Jodenhaat van de vorige eeuw niet mogen vergelijken met de hedendaagse islamofobie. Of, anders gezegd, dat we het niet mogen hebben over de overeenkomsten tussen de angst voor de verjudung van de Europees-christelijke cultuur, enerzijds, en de angst voor de islamisering van de Europese Joods-christelijke cultuur, anderzijds. Het kan niet zo zijn dat onze voorvaderen aan ons de opdracht hebben gegeven de Jodenvervolging jaarlijks te herdenken om deze vervolgens aan de kant te schuiven en te zeggen dat het niet geldt voor de zondebok van déze tijd. Onze voorvaderen gaven ons die opdracht in de hoop dat wij elke vorm van haat, elke vorm van fascisme, met hart en ziel bestrijden om zo, als hun nakomelingen, gevrijwaard te blijven van het intense leed dat zij moesten ervaren. Echter, we bevinden ons op een hellend vlak, en zij die ons monddood willen maken, met al hun tactieken, moeten worden voorzien van repliek.

“De pogingen om dit land te islamiseren zijn een realiteit en geen hersenschim of ultrarechts verzinsel […] Neem ze bloedserieus. De islamisering beperkt zich niet tot bepaalde moskeeën, want ook binnen officiële organisaties en de overheid kom je gevaarlijke gasten tegen.”

Dit schreef Celal Altuntas, recentelijk, in zijn opinieartikel op Joop. De heer Altuntas poneert “islamisering” als feit. Niet als mening. Hij heeft het daarnaast over “gevaarlijke gasten” die een complot van infiltratie bezigen. Net zoals de Joden in de vorige eeuw zogenaamd onderdeel waren van een complot om Europa te Jodificeren. Nu zullen sommige mensen opperen dat in het huidige geval de angst reëel is. Echter, ook de angst voor de verjudung werd als reëel ervaren. Maar een dergelijke angst ís niet reëel. Het is niet reëel om aan een groep mensen een complot toe te schrijven dat niet bestaat. Het is niet reëel om mensen te essentialiseren, te reduceren, tot een groep die geen onderdeel is van onze samenleving, maar de belichaming van het kwaad. Het kwaad dat “onze” manier van leven bedreigt. Het is niet reëel om dergelijke, groteske intenties toe te schrijven aan een zwakke minderheid, namelijk 4% van de bevolking. Hoe kan een kleine groep, waarvan de tweede en derde generatie steeds minder religieus blijkt te zijn, een dergelijk gevaar vormen? Waarom ziet men, in godsnaam, niet dat het juist die groep is, die bescherming nodig heeft? Bescherming tegen de extreme haat en afkeer die resulteert uit de collectieve neurose die islamofobie heet.

Dehumanisering
De heer Altuntas is maar een enkel voorbeeld. Hij is een voorbeeld uit duizenden. We zijn een land geworden waar de minister-president niet opkomt voor alle Nederlanders, één die zich ontfermt over zwakkere minderheidsgroepen die bang zijn, heel erg bang. Neen, we zijn een land geworden waar de minister-president op televisie oreert dat men het over “kerstdagen” moet hebben in plaats van “feestdagen”. De islamisering zou namelijk al zijn doorgedrongen tot in ons taalgebruik. Een minister-president die zich verlaagt tot een dergelijk niveau benadert het hilarische, ware het niet zo in en in triest. Het is stuitend.

We zijn een land geworden waar alle moslims aanhangers van een pedofiele profeet worden genoemd, het doet me denken aan het framen van alle Joden als de moordenaars van Jezus Christus. We zijn een land geworden waar een academicus promoveert op een proefschrift dat stelt dat er een islamitisch complot ontvouwt dat Europa tracht te islamiseren. We zijn een land geworden waar kwaliteitskranten, week in, week uit, stukken plaatsen van mensen die ons waarschuwen voor het “islamitische gevaar”. We zijn een land geworden waarin Ebru Umar, in een van ’s lands grootste kranten, een podium krijgt om te zeggen: “Ik zie wel eens hoofddoeken lopen, maar dat zijn poetsers die na hun werk teruggaan naar hun eigen pauperbuurt. Die horen hier niet.”

Net als de irreële angst voor de verjudung van de Duits-christelijke cultuur in de vorige eeuw, worden we nu bang gemaakt voor de islamisering van onze cultuur en klaargestoomd voor een diepe en intense afkeer van onze medemens. Ik vraag mij werkelijk af of we het moment naderen waarin de dehumanisering van een minderheidsgroep is voltooid. De vraag is hoe het zo ver heeft kunnen komen. Hoe heeft het zover kunnen komen dat de haat dusdanig is genormaliseerd, dat ook zij met een hart voor hun medemens zo stil zijn? Hoe kan het zijn dat men de herdenking op 4 mei enkel nog relateert aan Jodenhaat zonder zich te realiseren dat het gaat om ons allemaal, om de mensheid in het algemeen? Hoe kan het zijn dat men zich niet realiseert dat het gisteren de Joden waren, maar vandaag misschien de moslims? Hoe kan het zijn dat we nog geen tachtig jaar na de “Judenvrage” spreken over “Marokkanenprobleem”? Hoe kan het zijn dat we het benoemen van moslimhaat, ongeacht de waarschuwingen van onze voorvaderen, ongeacht onze “dit nooit weer”, wegwuiven als een Godwin’s law?

Ikzelf, als niet-religieus persoon, weiger mee te doen aan deze opsplitsing van onze samenleving. Voorts, en in tegenstelling tot velen onder u, weiger ik ook stil te blijven. Ik weiger aan de verkeerde kant van de geschiedenis te staan en zal daarom mijn uiterste best doen om mijn stem te laten horen tegen iedere vorm van haat jegens mijn medemens, mijn broeders en zusters van welke nationaliteit, religie, kleur of seksuele geaardheid dan ook. Ik probeer u wakker te schudden. Niet zij die genieten van de haat, zij die al verloren zijn. Maar u, u die een warme en inclusieve samenleving voor ogen heeft.

Het is tijd dat u zich laat horen.

Geef een reactie

Laatste reacties (172)