1.162
12

Historicus en popproducer

Xavier François Baudet (Groningen 1975) is muziekproducent en schrijver van artikelen over politiek en popcultuur. Hij studeerde Amerikaanse- en Sociale Geschiedenis aan de Universiteit Leiden en schreef zijn scriptie over de wisselwerking tussen de Amerikaanse Burgerrechtenbeweging en de doorbraak van Rock ’n Roll. Zijn bijzondere interesse hebben The Beatles, Zeppelins, Kennedy, de EU en de Amerikaanse verkiezingen. Als producer was hij onder meer betrokken bij het album The Hunt van de art-rock formatie Glossy Jesus.

Plagiaat in de (pop)muziek is een rekbaar begrip

'Het is flauw om nu over plagiaat te beginnen, Motown 'plagieerde' willens en wetens zichzelf talloze malen door de populairste elementen van de hits steeds weer opnieuw te gebruiken'

Er wordt zo veel gejat in de (pop)muziek en die praktijk is al zo lang zo ingeburgerd dat het behoorlijk vreemd is dat de rechter de nazaten van Marvin Gaye in het gelijk stelt en Pharrell Williams en Robin Thicke veroordeelt tot het afstaan van hun recette voor Blurred Lines. Het nieuwe project van de Gayes is aantonen dat ook Happy is gejat van een Gaye-nummer, in dit geval Ain’t That Peculiar. Ik zou bijna willen opmerken, is dat niet een beetje merkwaardig?

Wat dit zaakje helemaal een vieze bijsmaak geeft is dat je moeiteloos kan beargumenteren dat de essentie van de ‘feel’ van deze nummers eigenlijk ooit werd bedacht door The Funk Brothers, het huisorkest van Motown dat op ruim 90 megahits speelt, waarvoor de leden vrijwel geen credit hebben gekregen, laat staan geld.

Winning formula
Wie de Motowncatalogus een beetje kent, die weet ook dat veel Motownhits nauwelijks van elkaar verschillen qua akkoorden of ritme, soms ook qua tekst, en zeker niet qua sound. Bij Motown gold simpelweg de volgende stelregel: never change a winning formula. Oprichter Berry Gordy wilde zijn label runnen zoals Ford z’n autofabrieken. Elke week werden tientallen nieuwe nummers besproken in de directievergadering en daar werd bepaald of ze naar Marvin Gaye gingen, of naar Smokey, The Supremes of naar The Four Tops, of dat ze moesten worden verbeterd.

Toen zo rond 1968 het fenomeen distortion begon door te breken – en dat niet langer kon worden afgedaan als iets voor decadente blanke probleemjongeren – zag Gordy in dat er nu ook een Motownplaat met distortion moest komen. Dat werd Cloud Nine van The Temptations. Maar uiteraard moesten The Funk Brothers met hun tengels van de apparatuur afblijven. Heel anders dan in Abbey Road Studios waar de artiesten, althans The Beatles, de macht hadden overgenomen en overstuurden, achteruit draaiden, flangeden en phaseden wat ze maar wilden. Bij Motown was dat echter uit den boze. En dus werd een externe kracht ingehuurd, iemand die wist hoe je distortion moest maken, en liefst ook wah-wah.

Mode
Dat was Dennis Coffey, die rond dezelfde tijd ook als producer betrokken was bij een plaat die ruim 40 jaar later pas zou doorbreken; Cold Fact van Rodriguez. Berry Gordy begreep zo goed dat zijn muzikanten de eigenlijke uitvinders van de ‘Motown sound’ waren dat hij ze verbood met anderen op te nemen en zelfs spionnen in dienst had om overtredingen te rapporteren. Ondanks dit besef bij Gordy heeft hij de Funk Brothers eerst jarenlang onderbetaald om ze vervolgens keihard te ontslaan toen de mode veranderde.

Maar om een lang en soms mooi verhaal kort te houden: het is flauw om nu over plagiaat te beginnen. Motown ‘plagieerde’ willens en wetens zichzelf talloze malen door de populairste elementen van de hits steeds weer opnieuw te gebruiken. En de eigenlijke bedenkers van al die uiterst commerciële hooks, riffs, baslijnen et cetera hebben nog geen fractie van de opbrengst gezien. The Funk Brothers zijn de enigen die kunnen claimen de ‘feel’ van bepaalde Motownhits te hebben bedacht. Als zij er niks voor vangen, dan zeker niet de rijkeluiskindertjes van Marvin Gaye, die er zelf nooit iets voor hebben hoeven doen.

Standaarddrek
Bovendien is het verfrissend dat er nu wordt geciteerd uit een andere bron dan de inmiddels totaal leeggeviste vijver die ons al die eenheidsworst aan pophits van de afgelopen 25 jaar heeft opgeleverd. Het zou vervelend zijn als producers als Mark Ronson (onder meer Amy Winehouse) zouden stoppen met hun melodieuze maar herkenbare retro-pop en zich in plaats daarvan gingen beperken tot de veel minder originele, maar daardoor tevens minder bewijsbaar gejatte standaarddrek die ons al zo lang tergt. Juist de invloed van Motown (en trouwens ook Phil Spector) op hitparadepop is een van de weinige lichtpuntjes van de 21e eeuw.

Maar goed, als de klagers uiteindelijk gelijk krijgen en ook Happy wordt gezien als plagiaat, dan moet onze eigen Erik de Jong (Spinvis) ook maar eens een balletje opgooien. Want Happy lijkt ook best wel een beetje op Smalfilm, in ieder geval meer dan op Ain’t That Peculiar. Ook als hij daar van afziet moge duidelijk zijn dat iedereen iedereen wel kan aanklagen, want alle succesvolle muziek slaat aan doordat het appelleert aan iets bekends. Muziek letterlijk jatten is moeilijk te bestraffen als het ‘origineel’ ook al volstrekt random is. Maar wanneer je juist leuk jat, zoals Williams en Thicke ben je de sjaak. Tenminste, als je van die inhalige beroepsnazaten op je pad vindt.

Geef een reactie

Laatste reacties (12)