620
0

Lector openbare orde aan Politieacademie

Lector openbare orde en gevaarbeheersing aan de Politieacademie in Apeldoorn en gasthoogleraar aan de Universiteit van Liverpool. Als gedragswetenschapper is Adang geïnteresseerd in agressie, verzoening en collectief gedrag, speciaal in verband met openbare orde handhaving, voetbalvandalisme, gebruik van geweld en de interactie tussen politie en burgers.

Schietpartij politie op menigte is ongekend

Nieuwe generatie criminelen of gewoon een kortetermijngeheugen?

Het schietincident in Hoek van Holland heeft weinig precedenten: het is sinds de Tweede Wereldoorlog niet eerder voorgekomen dat een burger is gedood door een politiekogel bij grootschalige ordehandhaving in de publieke ruimte. Spreken over een nieuwe generatie hooligans is echter overdreven. We zouden beter moeten leren van succesvolle preventie in het recente verleden.

Is in Hoek van Holland, om met burgemeester Aboutaleb van Rotterdam te spreken, een nieuwe generatie criminelen opgestaan die, beneveld door drank en drugs, tot de meest gruwelijke daden in staat is? Een in zijn opdracht uit te voeren fenomeenonderzoek zal antwoord moeten geven op die vraag.

Dan zal blijken in hoeverre de gebeurtenissen passen bij wat we al weten over de dynamiek van uit de hand lopende gebeurtenissen, het ontstaan en de escalatie van collectief geweld en de daarbij betrokken individuen en groepen.

In een opzicht zijn deze gebeurtenissen waarbij 21 agenten van hun vuurwapen gebruik hebben gemaakt en in totaal naar verluidt ruim honderd schoten zijn gelost, in Nederlandse verhoudingen uitzonderlijk: het is sinds de Tweede Wereldoorlog niet eerder voorgekomen dat een burger door een politiekogel bij grootschalige ordehandhaving in de publieke ruimte om het leven is gekomen. Zelfs in de de roerige jaren 80 met zijn gewelddadige krakersrellen en heftige ongeregeldheden met Molukkers in de jaren 70, is dat punt nooit bereikt.

Dat moet tot nadenken stemmen en het is daarom van groot belang dat goed wordt uitgezocht hoe het zover heeft kunnen komen. Daarbij is het de moeite waard om na te gaan in hoeverre gebruik is gemaakt van ervaringen uit het verleden, van beschikbare kennis en informatie en van geaccepteerde werkwijzen met betrekking tot het organiseren van evenementen en het voorkomen van gewelddadige confrontaties.

De gebeurtenissen roepen namelijk herinneringen op aan eerdere incidenten, zoals het uit de hand gelopen kampioensfeest van Feyenoord in 1999. Bij die gelegenheid werden door twee agenten (ook weer platte petten) schoten gelost, door een van hen ook gericht, met vier gewonden door politiekogels als gevolg. Toen had die eerste dode al kunnen vallen. Na afloop waren dezelfde geluiden te horen als nu na de gebeurtenissen in Hoek van Holland: er zouden schoten op de politie zijn afgevuurd, er zou sprake zijn van een geregisseerde actie, de heftigheid van het geweld was ongekend, de geweldplegers gedroegen zich als beesten en het geweld zou vooral voor rekening komen van een nieuwe generatie hooligans. Die zou minder binding hebben met voetbal, en meer van het type zijn dat zich ook in het uitgaansleven manifesteert. De jongerenkern zou zich niets aantrekken van de onder de traditionele harde kern heersende normen, die zekere grenzen stellen aan het geweld.

Die overeenkomst in reacties is treffend en illustreert het korte termijngeheugen dat het openbaar bestuur zo vaak parten speelt, en de eenzijdige focus op incidenten.

Aandacht voor incidenten is belangrijk, want ze maken iets zichtbaar. Maar nog belangrijker is het om de kop niet in het zand te steken voor de structurele problematiek die eraan ten grondslag ligt. De jaarwisseling is daar een ander voorbeeld van. Na de overgang van 2007 naar 2008 vol incidenten met onder andere 25 miljoen euro schade aan schoolgebouwen, ontstond ophef over de geconstateerde sterke toename van overlast, brandstichting, vernielingen en geweld. Die incidenten worden elk jaar weer vooral veroorzaakt door autochtone Nederlanders. Voor dat gegeven was nauwelijks aandacht.

De samenleving kreeg jaar op jaar te horen dat de jaarwisseling – op enkele incidenten na – weer rustig was verlopen. Dat was feitelijk onjuist. Wat niemand meer weet was dat in 1990 door het ministerie van Binnenlandse Zaken een leidraad was uitgebracht voor een effectieve aanpak van overlast en ordeproblemen rond de jaarwisseling.

Nu, diverse onderzoeken en een rapport van de speciaal ingestelde Commissie Overlast Jaarwisseling later, kost het nog steeds moeite om de jaarwisselingproblematiek op de agenda te krijgen en te houden, en om kennis van goede werkwijzen die al lang beschikbaar is consequent toe te passen.

Ook voor de aanpak van voetbalhooligans zijn met succes goede werkwijzen ontwikkeld. Incidenten, zoals die in de jaren tachtig vrijwel wekelijks plaatsvonden rond de voetbalvelden, zijn er nauwelijks meer. De pakkans werd groter, de politie werd steeds minder vaak verrast en het werd voor velen leuker om weer naar het voetbalstadion te gaan.

Het succes had ook een keerzijde: degenen die geweld willen plegen gingen voor een deel momenten en plaatsen opzoeken waar minder veiligheidsmaatregelen zijn. Ook werd de politie, die de geweldplegers steeds dichter op de huid zit, relatief vaker als doelwit gekozen.

Het feit dat steeds nieuwe generaties opgroeien en dat ook daar weer een klein deel van op zoek gaat naar geweld, is op zich niet verbazingwekkend. Het feit dat nieuwe groepen zich afzetten tegen gezag en tegen ouderen (ook in eigen kring) is ook niet nieuw.

Het is zaak de lessen uit het verleden niet te vergeten en op basis van kennis van de fenomenen en groepen waar het om gaat – met oog voor goede werkwijzen – geweldsuitbarstingen te voorkomen en de openbare orde te handhaven zonder op menigtes te schieten.

Geef een reactie

Laatste reacties (0)