1.346
24

Analist internationale politiek, Brussel

Tijdens zijn loopbaan bij de Europese Commissie in Brussel vervulde Willem-Gert Aldershoff diverse functies in de departementen voor Internationale Betrekkingen en Binnenlandse Zaken en Justitie. Sinds enkele jaren werkt hij in Brussel als onafhankelijk adviseur en publicist inzake de betrekkingen tussen de Europese Unie en Israël-Palestina.

De afgelopen maanden verschenen bijdragen van hem in de Israelische krant 'Haaretz' en op het blog 'Open Zion' van Peter Beinart in New York. Daarnaast houdt hij zich bezig met Oekraïne.

Na telefoongesprek Trump-Poetin laaiden gevechten in Oost-Oekraïne weer op

De enige hoop ligt in een consequent hard en eensgezind optreden van het Westen tegen Rusland

Foto: ANP

Op 29 januari escaleerden de gevechten in het Oekraïense Donbas hevig, vooral bij het stadje Avdiivka, 10 km ten noorden van Donetsk. Avdiivka is altijd in Oekraïense handen gebleven, Donetsk is sinds april 2014 bezet door pro-Russiche ‘rebellen’ en Russische strijders en militairen. In enkele dagen sneuvelden 13 Oekraïense soldaten en raakten er 93 gewond. De 20.000 inwoners van Avdiivka zaten dagen zonder gas, elektriciteit en water bij temperaturen van min 20°. 

Vergelijkbare escalaties vonden ook in het verleden plaats. Vaak vlak voor top-overleg tussen Oekraïne, Duitsland, Frankrijk en Rusland over de zgn. “Minsk-akkoorden”. Het waren Russische pogingen om gunstige onderhandelingsresultaten te bereiken. Het fundament onder de Minsk-akkoorden is inmiddels danig verzwakt. De Oekraïense bevolking is er niet zo van gecharmeerd, maar het blijft officieel regeringsbeleid om de akkoorden te respecteren. Daarbij dringt de regering erop aan dat het veiligheidsaspect (wapenstilstand, terugtrekking van Russische strijders, militairen en wapens) voorrang krijgt op het politieke aspect (verkiezingen, decentralisatie). Tegelijkertijd verkleint Ruslands blokkerend optreden in het Minsk-overleg de kans dat Westerse sancties snel worden opgeheven. Zo zou Rusland ook nu weer kunnen proberen om met militaire acties haar gelijk te halen.

Opvallend is dat het laatste offensief van de ‘rebellen’ en Russische strijders direct volgde op het telefoongesprek dat president Trump en president Poetin op 28 januari hadden, waarin de opheffing van Amerikaanse sancties niet besproken zou zijn. Voor veel waarnemers is de escalatie van 29 januari Poetins waarschuwing dat hij de sleutel tot het geweld in Donbas in handen heeft en de situatie kan laten verslechteren wanneer sancties niet worden opgeheven.

Wat de precieze achtergrond van de laatste gevechten ook is, niet genoeg kan worden herhaald dat de oorlog in Donbas uitsluitend het gevolg is van Ruslands stoken sinds maart 2014. Allereerst via Russische ‘vrijwilligers’ die meehielpen demonstreren in de Oost-Oekraïense steden Kharkiv, Donetsk en Lugansk (destijds werd de 2000 km lange Oekraïens/Russische grens nauwelijks bewaakt); vervolgens met kleine groepjes gewapende ‘vrijwilligers’ en Russische speznatz-eenheden die overheidsgebouwen bezetten; daarna via levering van grote hoeveelheden zwaar militair materieel en tenslotte door het sturen van duizenden militairen. 

Het is verontrustend hoe lang het geduurd heeft totdat het Westen de Russische betrokkenheid eindelijk begon te erkennen. Zelfs nu nog zijn er die een actieve Russische betrokkenheid niet willen of kunnen zien. In dat opzicht brengen zij de uitspraken van Russische oppositiepoliticus Leonid Gozman meer dan verhelderend. Onomwonden legde hij op 5 februari publiekelijk de verantwoordelijkheid voor de oorlog in Donbas bij de Russische overheid en de Russische bevolking: “Deze verschrikkelijke oorlog, met slachtoffers aan beide kanten, met wreedheden en geweld, die zou geen dag duren als wij deze zogenaamde leiders van deze separatistische republieken niet zouden steunen met wapens, geld en mensen. Voor mij zijn die ‘leiders’ gewoon criminelen.” Volgens Gozman heeft Rusland in Donbas niets te zoeken en gaat het Kremlin met de oorlog door om de aandacht van Ruslands binnenlandse problemen af te leiden: “Onze regering wint veel bij deze oorlog… Ze krijgen de consolidering van de samenleving, ze krijgen een vijand… Een vijand hebben is belangrijk omdat (de regering) een uitleg nodig heeft waarom wij zo’n slecht leven hebben.”

Wat Gozman stelt is niets nieuws. Russische blogs en de sites van de weinige nog vrije media berichten gedetailleerd over Rusland’s militaire inlijving van de Krim en de agressie in Donbas. Ook oppositie-politici als de vermoorde Boris Nemtsov en de onlangs weer ‘veroordeelde’ Alexei Navalny spraken heel open over die oorlog. Daarbij baseren zij zich op precies dezelfde feiten als die goed geïnformeerden in het Westen gebruiken. Zoals het Internationaal Strafhof in Den Haag. Dat concludeerde afgelopen november dat er in Oost-Oekraïne sprake is van een directe militaire confrontatie tussen Russische en Oekraïense militairen en dat het dus gaat om een ‘internationaal gewapend conflict’ (i.t.t. een burgeroorlog).

Volgens de Verenigde Naties heeft de strijd in Donbas aan 10.000 mensen het leven gekost. Bijna twee miljoen burgers zijn de regio ontvlucht. De kosten voor de wederopbouw van verwoeste huizen, fabrieken en infrastructuur lopen in de miljarden. Dat alles voor een totaal onnodige oorlog. Helaas kan die slechts worden beeïndigd door actieve en positieve medewerking van de partij die nu juist verantwoordelijk is voor het ontstaan ervan. De enige hoop ligt daarom in een consequent hard en eensgezind optreden van het Westen tegen Rusland.

Geef een reactie

Laatste reacties (24)