512
5

Docent Strafrecht en Criminologie

Marc Schuilenburg doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij studeerde rechten en filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Auteur van artikelen over veiligheid, filosofie en populaire cultuur. Zijn nieuwste boek heet 'The Securitization of Society. Crime, Risk, and Social Order' (2015).

Veiligheid niet langer een taak van de overheid alleen

Beveiligingsbedrijven, winkeliersorganisaties, stadionstewards, er zijn zoveel mensen die zich tegenwoordig met veiligheid bezig houden. De overheid moet zich aanpassen

In een complexe wereld is het bewaken van de veiligheid niet langer het monopolie van de overheid. Nu nog beleidsmakers ervan overtuigen dat ze beleid moeten formuleren vanuit de versplintering van het veiligheidsvraagstuk zelf.

Carnavaleske optocht van bewakers en beveiligers
Op een zondagmiddag in het nabije verleden, in een jaar dat Sparta nog in de eredivisie speelde, begaf ik mij naar Het Kasteel, de voetbaltempel van Rotterdams meest eerbiedwaardige voetbalclub. Tijdens die rit viel mij op dat ik vanaf mijn huis in Kralingen naar het Sparta-stadion, bij het Marconiplein, een aantal totaal verschillende veiligheidsregimes passeerde. Gedurende 21 minuten werd ik nauwlettend in de gaten gehouden door camera’s op straat; passeerde ik een gebied waar middenstanders een collectief winkelverbod kunnen opleggen; wierpen particuliere beveiligers een strenge blik op mijn ov-kaart, en controleerden stewards of ik een stadionverbod had opgelegd gekregen.

Door die korte reis werd ik me er meer dan anders van bewust dat de zorg voor veiligheid niet langer het monopolie van de overheid is. In krap weg 20 jaar is een heuse carnavaleske optocht ontstaan van politieagenten, stads- en parkeerwachten, beveiligers, bewakers en controleurs. Al deze waakhonden van rust en veiligheid zijn gestoken in een uniform dat hen in meerdere of mindere mate van elkaar onderscheidt. Ook beschikken ze over eigen, specifieke sanctiemaatregelen die ze aan overlastplegers en criminelen kunnen opleggen. En dat duidt op de noodzaak om anders over veiligheid te denken: niet het monopolie, maar de versplintering in de zorg voor veiligheid moet daarbij het uitgangspunt vormen.

Veiligheid is een grenzeloos containerbegrip
Nu is veiligheid een containerbegrip waarvan de grenzen waarschijnlijk nooit zullen worden bereikt. Het is als een virus dat voortdurend contacten legt met geheel verschillende domeinen die naar hun aard niets met elkaar te maken hebben maar ineens met elkaar verbonden raken. De epidemische verspreiding van veiligheid in onze samenleving noem ik ‘securitisering’. Het fenomeen van het stedelijke interventieteam is een goed voorbeeld hiervan. Een dergelijk team, bestaande uit vertegenwoordigers van verschillende partijen, zoals politie, woningcorporatie, energiebedrijf, zorginstelling, onderwijs en sociale dienst, komt letterlijk bij de mensen achter de voordeur, bijvoorbeeld bij klachten over overlast. De idee is dat achter overlast wel eens een grotere problematiek schuil zou kunnen gaan, dus gaat er naast de politie ook iemand van een zorginstelling mee, want wie weet is de hygiëne of de opvoeding van de kinderen in het geding of is er sprake van schuld- of verslavingsproblematiek.

Afgezien van de vraag of de vervagende grens tussen publiek en privaat een goede ontwikkeling is, wordt wel helder waarom de politie voortdurend allianties sluit. Immers, wanneer een breed gedefinieerd veiligheidsbegrip het centrale ordeningsprincipe is, komen er bijna vanzelf andere partijen in beeld. Bovendien is het een verleidelijke gedachte om het veiligheids- en gezondheidsbeleid te integreren. Straks staat van ieder burger het dna profiel, vingerafdruk en irisscan in het elektronisch patiëntendossier en op het identiteitsbewijs. Dat opent een scala aan mogelijkheden om risicovol gedrag in kaart te brengen en op te sporen. Met een paar kleine ingrepen moet toch te zien zijn wie er rookt of aan overgewicht leidt. Dan zijn vast weer voorspellers van potentieel crimineel gedrag, dus extra werk aan de winkel voor de interventieteams.

Assemblage is kernbegrip voor nieuw beleid
In het klassieke veiligheidsdenken domineren de tegenstellingen: preventief-repressief, publiek -privaat, en strafrecht tegenover privaatrecht. Een benadering die recht wil doen aan versplintering, kan niet van dichotomieën uitgaan. Als er steeds meer hybride verbanden ontstaan, moet je andere termen en begrippen gebruiken. De eerder gebruikte tegenstellingen doen zich niet meer voor en vormen bovendien een te statische manier om naar de werkelijkheid, waarin alles voortdurend in beweging is, te kijken. In een werkelijkheid waar alles aan elkaar verknoopt, hebben we een nieuw conceptueel apparaat nodig om over veiligheid te kunnen nadenken.

Het essentiële concept voor het 21ste eeuwse veiligheidsbeleid is assemblage. Het concept staat voor de verknoping van ongelijksoortige elementen in een korte dan wel langdurende, unieke situatie. Het eerder genoemde stedelijke interventieteam is een goed voorbeeld van een veiligheidsassemblage. In dit team werken partijen met elkaar samen waardoor er een andere samenhang ontstaat die noch zuiver publiek noch zuiver privaat is.

Ook bij de aanpak van de illegale hennepteelt zijn dergelijke multidisciplinaire teams actief. Bij het oprollen van ‘thuisplantages’ is naast de politie ook het elektriciteitsbedrijf betrokken omdat het kan vaststellen dat de bewoner van een pand wel erg veel verstookt midden in de zomer en de woningcorporatie omdat die klachten heeft ontvangen van de buren over stankoverlast. Elektriciteitsbedrijven, woningcorporaties en zorginstellingen zijn partijen die aanvankelijk weinig met veiligheid te maken hadden, maar in toenemende mate betrokken worden bij het handhaven van criminaliteit en overlast.

Beleidsmakers hebben moeite met de veranderende werkelijkheid. Zij blijven tegen de klippen op met de oude, vertrouwde methode werken die erop neer komt dat een overkoepelend beleid kan worden geformuleerd op veiligheid. Maar een dergelijke visie op veiligheid is een romantische voorstelling. Ik noem dit romantisch omdat deze manier van kijken naar mens en beleid er vanuit gaat dat er een gemeenschappelijk beeld op de veiligheidssituatie mogelijk is.Hierin worden partijen geacht hun onderlinge verschillen opzij te zetten in de identificatie en oplossing van een probleem en voor één doel te gaan.

In werkelijkheid zien partijen vaak niet dat ze voor hetzelfde probleem staan en is er ook geen sprake van rationaliteit. En, minstens zo belangrijk, in het streven naar ‘integrale veiligheid’ en ‘ketenregie’ schuilt nog steeds het verlangen naar centrale sturing door de overheid. Het veiligheidsbeleid moet juist adaptief worden, meebewegen met de werkelijkheid. Daarvoor is het nodig dat in de organisaties die belast zijn met de zorg voor veiligheid, voldoende lenigheid wordt ingebouwd om in een versplinterd landschap te kunnen functioneren. De uitdaging is om beleid te formuleren in de versplintering van het veiligheidsvraagstuk zelf.

Dit artikel verscheen in een bewerkte vorm op Socialevraagstukken.nl (10 december 2012)


Laatste publicatie van MarcSchuilenburg

  • The Securitization of Society. Crime, Risk, and Social Order

    2015


Geef een reactie

Laatste reacties (5)