1.045
77

Platform Duurzame en Solidaire Economie

Lou Keune (1938) is (voormalig) universitair hoofddocent aan de Katholieke Universiteit Brabant (KUB), Faculteit Sociale Wetenschappen (FSW). Zijn onderzoeksgebied was ongelijke ontwikkeling (tussen 'noord' en ‘zuid’). In 1961 deed hij zijn doctoraal economie. In 1969 werd hij doctor in de Sociale Wetenschappen. Keune was betrokken bij veel politieke initiatieven, met name in de solidariteitsbeweging en de kritische economie, waarin hij nog steeds actief is. Hij is medeoprichter van het Platform Duurzame en Solidaire Economie.

Waar is het debat over de inrichting van de economie gebleven?

Het wordt tijd dat die discussie breed gevoerd gaat worden. Uiteraard niet alleen in de politieke partijen maar ook in sociale bewegingen

De linkse politieke partijen zijn op zoek naar antwoorden op de dominantie van neoliberalisme en populisme. Veel kwesties komen op tafel, maar zelden vragen van economische orde. En dat terwijl veel vraagstukken met kenmerken van ons economisch systeem te maken hebben.

Neem de financiële sector. Die blijft een voortdurende stoorzender voor de wereldeconomie. Er vinden nog steeds veel transacties plaats waarbij geen echte waarde wordt voortgebracht behalve geldswaarden voor de lucky few. Er is geen einde gemaakt aan de vele vormen van speculatie en van het verhandelen van onbegrijpelijke financiële producten. Zelfs blijkt die manier van geldmaken besmettelijk. Want ook sectoren van de reële economie (als grondstoffen en voedingsmiddelen) worden nu object van speculatie, inclusief het verhandelen van ‘mandjes’ van handelswaren die ook voor de ervaren klassieke handelaren nauwelijks te volgen zijn.

Wil aan deze wantoestand echt iets aan gedaan worden, bijvoorbeeld het verbieden van dergelijke transacties, of het uit de handel nemen van de financiële instellingen en handelshuizen die daarmee bezig blijven, dan zullen diverse van de bestaande monetaire en vrijhandelsregelingen gepasseerd moeten worden. En dan ontkom je niet aan de vraag wat voor economie wij nu willen. Trouwens, als je niet voor dergelijke maatregelen bent dan spreek je je impliciet uit voor de bestaande orde. En dan is het net zo verstandig om het daarover expliciet te hebben.

Dat gaat ook op voor andere situaties van economische crisis, als de verschillende milieucrises of die van mondiale armoede en ongelijkheid. Die vraagstukken vereisen allerlei structurele maatregelen op gebieden als prijzen, inkomens, regionalisering, belastingen, sociale stelsels, internationale handel, quotering van milieugebruiksruimtes, en zo meer. Maar als je daar aan komt, dan kom je in botsing met typische systeemkenmerken als vrijhandel, groeidwang, concurrentie, monopolievorming en consumentisme.

Im Linken nichts Neues

Buiten de politieke partijen wordt veel werk verzet om ten gronde greep te krijgen op de economische crises. Veel instrumentarium is ontwikkeld voor een betere waardering van het economische reilen en zeilen. Denk daarbij met name aan de ontwikkeling van nieuwe indicatoren als de Index for Sustainable Economic Welfare – ISEW, het Duurzaam Nationaal inkomen – DNI, de Human Development Index – HDI, de Ecologische Voetafdruk – EV, de Living Planet Index – LPI, de Sustainable Society Index – SSI, en de Happy Planet Index – HPI. Ook wordt veel werk verzet in de ontwikkeling van nieuwe economische strategieën. Daarbij wordt het Nederlandse taalgebied steeds beter bediend. Zie bijvoorbeeld het recentelijk uitgegeven boek van Tim Jackson over welvaart zonder groei, het overzicht van alternatieve strategieën ontwikkeld door Biba Schoenmaker, de voorstellen van Peter Tom Jones en Vicky De Meyere over transitiestrategieën, het voorstel van ondergetekende samen met Tuur Elzinga en Theo Ruyter voor een Meta Economische Verkenning (als alternatief voor de jaarlijkse MEV van het CPB), de transitieontwerpen van Urgenda, de voorstellen van Thera van Osch voor een zorgeconomie, en de pleidooien van Jo Versteijnen voor een postkapitalistische economie.

Al wat ouder zijn de analyses van Bob Goudzwaard en Harrie de Lange voor een ‘Economie van het Genoeg’, het boek ‘De natuuur telt mee’ van Wouter van Dieren, het werk van Roefie Hueting met betrekking tot het Duurzaam Nationaal Inkomen, en ‘Economie Ondersteboven’ en ‘De Grote Ommekeer’ van Willem Hoogendijk. Internationaal is er nog veel meer beschikbaar, waaronder diverse scenario’s ontwikkeld door de New Economics Foundation  in Londen, het boek van Serge Latouche over de-growth, de jaarlijkse internationale de-growth conferenties, en de klassiekers van Herman Daly: A Steady-State Economy en van Lester Brown: Plan B 4.0: Mobilizing to Save Civilization.

Dit is maar een greep uit het materiaal dat voorhanden is. Het blijft opvallend dat daarvan nauwelijks iets is terug te vinden in de actuele politieke debatten in Nederland. Hooguit in publicaties van Jan Marijnissen over het neoliberalisme, en van Femke Halsema over ‘geluk’. Je krijgt heimwee naar de debatten in de jaren dertig naar aanleiding van het ‘Plan van de Arbeid’ van de sociaaldemocratische beweging.

Discussiepunten

Het wordt tijd dat die discussie breed gevoerd gaat worden. Uiteraard niet alleen in de politieke partijen maar ook in sociale bewegingen als de vakbeweging, de consumentenbeweging, milieuorganisaties, ontwikkelingsorganisaties, vredesbeweging, religieuze kaders, vrouwenbeweging, en zo meer. Uit de hiervoor genoemde publicaties kunnen de volgende discussiepunten worden afgeleid:

Erkenning urgentie: Alle hiervoor genoemde auteurs gaan er van uit dat de omvang en diepte van de grote mondiale financiële, ecologische en sociale problematieken dwingen tot erkenning van de urgentie om die aan te pakken. En bij die erkenning hoort ook de constatering dat een beleid van transitie vereist is met structurele sociaaleconomische maatregelen. Wij kunnen niet wachten totdat er een andere economie is. In feite is er overeenstemming dat met het nemen van maatregelen het bestel ook verandert, dus dat een andere economische rationaliteit zich al doende ontwikkelt.

Afwijzing van het groeidenken: Daarover is brede overeenstemming waarbij het vooral gaat over economische groei zoals gemeten met het Bruto Binnenlands Product (BBP). Die afwijzing leidt niet tot een volledige overeenstemming over de daaraan te verbinden consequenties. Sommigen spreken duidelijk van de noodzaak van een samenleving zonder (verdere) BBP-groei. Anderen pleiten voor een negatieve groei, de-growth, of wel economische krimp in de rijke landen. Overigens is er overeenstemming dat hoe je het ook verwoordt, er geen echte vermindering van welvaart te vrezen valt. Wel zal die welvaart meer het karakter krijgen van welzijn, minder materieel, dus een andere invulling krijgen. Maar iedereen gaat uit van de doelstelling, dat het aangenamer, rechtvaardiger en duurzamer wordt.

Erkenning van de noodzaak anders te rekenen: Daarbij is brede overeenstemming dat er op andere manieren moet worden gerekend. De verregaande kritiek op de dominantie van het groeidenken wordt veel verbonden met het daarbij gehanteerde BBP als dwingende maatstaf. Er is een breed gedragen pleidooi om in ieder geval welvaart anders te meten.

Primaat van gebruikswaarden: In de grote verscheidenheid aan alternatieve welvaartsmaatstaven kan op zeker één wezenlijk punt een overeenstemming geconstateerd worden. Die is dat de nu in het economische verkeer en beleid dominerende geldswaarden een ondergeschikte betekenis moeten krijgen. Alle voorstellen impliceren dat de veranderende samenleving allereerst geleid moet worden door wat gebruikswaarden genoemd kunnen worden, waarbij het onderscheid tussen menswaarden en natuurwaarden gehanteerd kan worden. Bij beide groepen waarden kan dan weer onderscheid gemaakt worden tussen waarden die beschikbaar zijn als bronnen van bestaan, en waarden die als doelen van het welvaartsstreven gehanteerd kunnen worden. Zo wordt de diversiteit van de soorten (natuurwaarde) gezien als een belangrijke bron van bestaan maar tevens als beleidsdoel (bijvoorbeeld bescherming of herstel van populaties). Hetzelfde geldt een menswaarde als gezondheid, die wordt ook gezien als bron van bestaan (zieken kunnen niet werken) en als doel van beleid. Een en ander houdt niet in dat iedereen pleit voor afschaffing van het BBP. Sommige pleidooien gaan wel in die richting, anderen zien nog nut in deze maatstaf.

Andere economische principes: In alle voorstellen voor een andere economie wordt veel aandacht gegeven aan economische principes die leidend moeten worden in het economisch handelen. Daarbij gaat het duidelijk om pleidooien voor principes die als intentioneel of bewust kunnen worden aangemerkt. Er wordt daarbij geen nieuwe ‘invisible hand’ voorgesteld, integendeel. De samenleving moet als een ‘wils-act’ zich laten leiden door wat van de nieuwe economie verwacht moet worden. De benamingen van die principes kunnen verschillen maar veel voorkomende aanduidingen zijn: ‘genoeg’, eco-efficiëntie, mens-efficiëntie, mondialiteit, zorg centraal, duurzaamheid, solidariteit, rechtvaardigheid, samenwerking en participatie. Dat betekent niet het einde van de marktwerking, wel dat die wordt ingeperkt in duidelijke sociale en ecologische kaders.

Sterke rol van de overheid: Er is brede overeenstemming over de noodzaak van een actieve overheid die leidend en sturend gaat optreden om het beoogde proces van transitie op gang te krijgen en te houden. Zonder een sterke overheid, die de beschikking heeft over de economische- en rechtsmiddelen om een en ander tot stand te brengen, zal de duurzame en solidaire economie weinig kans van slagen hebben. Maar het gaat niet alleen om de overheid. Diepgaande sociale veranderingen komen slechts tot stand wanneer mensen zelf de principes en uitdagingen van een andere economie doorleven en praktiseren, en zeker ook wanneer mensen hun verandering van levensstijl koppelen aan een gezamenlijke inzet voor een op transitie gericht programma. Maatschappelijke organisaties hebben de verantwoordelijkheid om deze transitie mee vorm te geven in functie van het algemeen en toekomstig belang. Zij moeten de politiek beïnvloeden.

Andere economische orde: Deze gemeenschappelijke kenmerken impliceren in velerlei opzichten een breuk met de bestaande systeemkenmerken. Dat betekent dat het beoogde transitieproces verder gaat dan (alleen maar) structurele veranderingen. In feite leidt dit tot een verandering van het economische bestel die gaat in de richting van een andere economische orde. Hoe die orde er precies uit zal zien is moeilijk te zeggen. Wel geven de hiervoor besproken gemeenschappelijke kenmerken richting naar een orde waarbinnen duurzaamheid en solidariteit bepalend zijn.

Op 3 februari 2011 vindt in de Universiteit van Tilburg de vierde Conferentie van Tilburg over een duurzame en solidaire economie plaats. Het wordt een werkconferentie, de deelnemers wordt gevraagd mee te denken en te werken aan het ontwerpen van routeplannen voor een eerlijke economie.

Geef een reactie

Laatste reacties (77)