5.163
516

Promovendus/schrijver

Dennis Schep (1985) woont sinds 2007 in Berlijn, waar hij als promovendus onderzoek doet naar autobiografische structuren. In 2005 richtte hij het theaterfestival Morgensterren op, en in 2006 publiceerde hij het literaire tijdschrift Paperwaste. Hij is de auteur van meerdere wetenschappelijke artikelen en het boek "Drugs; Rhetoric of Fantasy, Addiction to Truth." Daarnaast organiseert hij cursussen bij The Public School Berlin.

Wat delen atheïsme en religie?

Atheïsme en religie lijken meer op elkaar dan veel atheïsten ons willen doen geloven

Een telkens opnieuw oplaaiende discussie in ons publieke debat is die waarin een rationeel atheïsme tegenover de irrationaliteit van religie (en dan vooral van de Islam) wordt geplaatst. Binnen het atheïstisch kamp wordt dit debat grofweg gestructureerd door de volgende twee polen: De verlichte vleugel (Dawkins, Hitchens, en een keur aan andere blanke mannen) zet religie weg als een primitief fenomeen dat niet past in een moderne samenleving, en de relativistische vleugel, die verklaart dat het niet aan ons is om andere culturen te beoordelen, geeft uitdrukking aan haar respect voor religie met een paternalistisch schouderklopje.

Beide zijden baseren zich op een keur aan schijnbare tegenstellingen, die de andersheid van religie tot een absurde karikatuur uitvergroten. In iedere cultuur circuleren bepaalde racistische stereotypen, die altijd tot stand komen door verschillen tussen levenswijzen te vergroten en overeenkomsten over het hoofd te zien. Zo heeft ook atheïsme meer met religie gemeen dan de gemiddelde atheïst bereid is te geloven.

In een opiniestuk op Volkskrant.nl verklaart Bart Schut bijvoorbeeld dat atheïsme geen religie is, omdat atheïstisch denken lijnrecht tegenover elke religieuze traditie staat. Atheïsme is het summum van rationaliteit, en religie de afwezigheid daarvan. Maar de tegenoverstelling van religie en atheïsme is logisch uiterst fragiel, en onhoudbaar wanneer we de verwovenheid van religie en cultuur in acht nemen.

In de eerste plaats betekent atheïsme “geloven dat er geen God is,” en strikt genomen is dat nog altijd een geloof, aangezien zowel een geloof in God als de verwerping van dit geloof niet aan rationele bewijsvorming onderhevig is. Een radicaal agnosticisme zou wellicht als afkeer van iedere vorm van religie gezien kunnen worden; maar atheïsme is dit zeker niet. Hoe hard ze ook mogen roepen, militante atheïsten als Dawkins en Hitchens kiezen er niet voor elke vorm van geloof te verwerpen; ze proberen slechts hun eigen geloof te zuiveren van ongewenst religieuze invloeden.

Een blik in de geschiedenis leert dat deze manoeuvre diep geworteld is in een Joods-Christelijke traditie. De bekendste precedent is Exodus 32; een passage in de bijbel waarin Aäron, Mozes’ grote broer, uit de sieraden van Israelische vrouwen een gouden kalf fabriceerde, dat ze in de afwezigheid van Mozes konden aanbidden. Dit was natuurlijk een duivelse vorm van afgoderij, en God deed zijn beklag bij Mozes, die naar zijn volk terugkeerde en het kalf verbrandde.

Het aanbidden van stieren en kalveren was wijdverbreid in diverse religieuze sekten in en rondom Egypte. Het gebaar van Mozes moet dan ook gezien worden als een poging het Christendom van heidense invloeden te zuiveren – net zoals een keur aan atheïsten heden ten dage probeert hun rationalisme te zuiveren van iedere religieuze invloed.

Het probleem is echter dat religie een essentieel onderdeel is van onze cultuurgeschiedenis, en een bekering tot het atheïsme niet volstaat om met alle religieuze invloeden in onze cultuur korte metten te maken. Het ontkennen van de invloed van Christelijke waarden in het atheïstisch wereldbeeld getuigt dan ook van een grote kortzichtigheid. Voorbeelden? De universele verklaring van de rechten van de mens, opgetekend in een vergadering van de VN in 1948, is ondanks de diversiteit van de co-auteurs sterk door Christelijke waarden beïnvloed. In feite is het hele idee aan ieder mensenleven een inherente waarde toe te kennen van Christelijke origine, en had de verklaring wanneer die in een niet-westerse context was opgesteld er heel anders uit gezien.

Een ander voorbeeld is ons begrip van tijd. Omdat de globalisering onze Christelijke waarden over de hele wereld heeft verspreid is het moeilijk te bedenken dat zulke basale concepten als tijd ook op een heel andere manier gedacht kunnen worden. Toch zijn er nog altijd enkele culturen, zoals de aboriginals, met een overheersend cyclisch tijdsbegrip. In deze culturen wordt ieder jaar gezien als de herhaling van een onveranderlijk mythisch tijdperk dat middels heilige schriften of verhalen overgeleverd is. Onze cultuur hanteert een lineair tijdsconcept, maar ook deze vorm van tijd is niet vrij van religieuze invloeden: bepaalde vormen van het sinds de Verlichting (Aufklärung) zo prominente vooruitgangsdenken kunnen gezien worden als een secularisering van het Christelijk messianisme, waarin herhaling en terugval ondenkbaar zijn.

Een laatste voorbeeld: de wetenschap. Hoewel de wetenschap vaak tegenover religie wordt geplaatst, blijkt uit nadere beschouwing dat er niet zoiets is als “de wetenschap,” omdat de waarheid in ieder wetenschappelijk domein op een andere manier tot stand komt en aan andere regels onderhevig is. Daarbij is ook iedere wetenschappelijke waarheid uiteindelijk gebouwd op een basis van dogmatisch geaccepteerde stellingen die niet bewezen kunnen worden, juist omdat ze bewijsvoering mogelijk maken. En de individuele wetenschappen zijn zeker niet vrij van theologie; zo heeft de economie het religieuze idee geërfd dat er geen andere wereld mogelijk is, en staan de natuurwetenschappen met hun zoektocht naar absolute wetten nog altijd in de schaduw van een universele God.

Een andere veelvoorkomende misvatting in het religiedebat is het idee dat atheïsten in staat zijn voor zichzelf te denken, en religieuzen niet. Ik wil hier geen uitspraken doen over het vermogen van de gemiddelde atheïst om zijn eigen verstand te gebruiken, maar het idee dat religie gelijk staat aan onmondigheid is een racistisch gemotiveerde misvatting. Zoals zelfs de meest basale inleiding in de geschiedenis van deze of gene religie laat zien, is religieuze dogmatiek niet in gips gegoten. Exegese leidt al vele eeuwen tot een keur aan debatten en tot het constante herschrijven van religieuze tradities, dat ik zeker niet als blind dogmatisme af zou willen doen.

Zelf ben ik atheïst – dat wil zeggen dat ik niet in God geloof – maar ik acht het van groot belang om in te zien dat atheïsme en religie niet zo ver uit elkaar liggen als veel atheïsten zich inbeelden. Er zijn religieuze en atheïstische vormen van rationaliteit, en ook de atheïstische zijn geworteld in een cultuur die innig met religie verwoven is. De denkbeeldige oppositie van religieuze onredelijkheid en atheïstische ratio leidt al snel tot racistische denkbeelden over schaapachtige gelovigen die niet met Ons Verlichte Westerlingen te vergelijken zijn.

Geef een reactie

Laatste reacties (516)