2.987
22

Politicoloog

Amma Asante was in 2012 kandidaat-Tweede Kamerlid voor de PvdA. Verder is zij politicoloog, zelfstandig adviseur en onderzoeker. Gespecialiseerd in ontwikkelingsvraagstukken, capaciteitsopbouw in Afrika en migratie. Eerder zat zij namens de PvdA in de gemeenteraad van Amsterdam, in de periode 1998-2006. Van 2005-2007 is zij lid geweest van het partijbestuur van de PvdA.

Zonder vrijhandel heeft ontwikkelingshulp geen zin

Rijke landen geven met de ene hand maar pakken dat met de andere even hard weer af

Toen ik zes was, kwam ik uit Ghana naar Nederland. Volgens mijn vader stond mij hier een betere toekomst te wachten. Hij had gelijk; ik heb het beter getroffen dan mijn oma, die ik achterliet. Vooral door haar bleef ik verbonden met mijn geboorteland.

Vanuit die verbondenheid was ik een fervent voorstander van ontwikkelingssamenwerking. Het zou immers de ongelijke welvaartsverdeling tussen arme en rijke landen goedmaken. Ik studeerde internationale betrekkingen en richtte mij op ontwikkelingsvraagstukken, om kennis op te doen en Ghana te helpen. Ik was ook fan van Jan Pronk, onze nationale voorvechter van ontwikkelingssamenwerking.

Later realiseerde ik dat er iets niet klopte. Een land als Ghana barst van cacao, goud en olie. Gek genoeg is Ghana afhankelijk van ontwikkelingssamenwerking.

Daarom geloof ik mensen niet meer die zeggen dat ontwikkelingssamenwerking goed werkt tegen armoedebestrijding. Diezelfde mensen kunnen ontwikkelingssamenwerking vaak alleen rechtvaardigen vanuit een moreel plichtsbesef. Waarschijnlijk onbedoeld schilderen zij Afrika daarmee af als een kansloos en afhankelijk continent. Bekend van de kindjes met een dikke buik en vliegjes in de ogen.

Ontwikkelingssamenwerking helpt hooguit om het ergste te voorkomen, maar is niet krachtig genoeg om economische ontwikkeling te stimuleren. Zonder vrijhandel is ontwikkelingshulp een doekje voor het bloeden. Rijke landen geven met de ene hand maar pakken dat met de andere even hard weer af.

De afgelopen maanden is er in het kader van de mislukte Catshuisbezuinigingen veel gesproken over de handhaving van de norm van 0,7 procent van ons bruto nationaal product voor ontwikkelingssamenwerking. Inmiddels heeft de Kunduz-coalitie besloten dat de norm behouden blijft. Maar het wordt tijd dat in het debat over ontwikkelingssamenwerking niet alleen gepraat wordt over normen van 0,7 of 0,8 procent voor hulp aan zielige mensen, maar vooral over de wijze waarop de resterende 99,3 procent van ons bnp wordt verdiend. We hebben een discussie nodig over hoe arme landen rijke landen voorzien in hun energie- en grondstoffenbehoefte, maar daar geen fatsoenlijke prijzen voor krijgen. En over de vraag waarom Afrikaanse landen vaak alleen ruwe grondstoffen mogen exporteren en geen eindproducten.

Een land als Ghana mag geen chocoladerepen exporteren naar de EU, alleen cacaobonen. En Congo mag geen koffiepoeder exporteren, alleen koffiebonen. Nederland ontvangt jaarlijks ongeveer 1 miljard euro aan landbouwsubsidies om de prijzen van dure landbouwproducten te drukken. Pure concurrentievervalsing ten opzichte van boeren uit arme landen die geen overheidssubsidie krijgen. Nederland dumpt kippepootjes in Ghana. Goedbedoeld, om arme Ghanezen aan goedkope kip te helpen – met als neveneffect dat lokale kippenboeren hun kip niet meer verkocht krijgen.

Ondanks al deze misstanden zie ik kansen, bijvoorbeeld in het kader van ‘mondiaal burgerschap’; het besef dat ons handelen direct effect heeft op mensen in arme landen en andersom. Hierdoor kan iedereen betrokken worden bij het eerlijker en duurzamer maken van de wereld. Maar mondiaal burgerschap moet niet alleen gaan over het gedrag van burgers, maar ook over politieke keuzes en het gedrag van regeringen. En hoe handelsbelemmeringen en oneerlijke concurrentie beslecht kunnen worden, zodat arme landen hun eigen geld kunnen verdienen en niet meer afhankelijk zijn van ontwikkelingshulp. Econoom Jan Tinbergen zei ooit dat handel het hoofdgerecht is en ontwikkelingshulp het bijgerecht. Om te onthouden voor politici en parlementariërs.

Dit artikel is eerder verschenen in Trouw

Geef een reactie

Laatste reacties (22)